Part of speech/nld
From OmegaWiki
па-беларуску | brezhoneg | Deutsch | English | español | français | 日本語 | Kölsch | Nederlands | svenska | 国语 | +/-
Een woordsoort of part of speech is de klasse van eenheden gebruikt in de beschrijving van een taal, bijvoorbeeld zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, enzovoort.
Hieronder staat een zo compleet mogelijk overzicht van woordsoorten voor de Nederlandse taal. Voor inzicht in woordsoorten in andere talen staat er in veel gevallen een equivalent in meerdere talen achter de woordsoort.
[edit] Woordsoorten Nederlandse taal
- zelfstandig naamwoord (nomen, substantief, eng:noun)
- eigennaam (eng: proper name, ger: Eigenname)
- soortnaam (geen idee voor vertalingen)
- bijvoeglijk naamwoord (adjectief, eng: adjective)
- telwoord (numerale, ger: Zahlwort, swe: räkneord)
- hoofdtelwoord (kardinaal getal, ger: Grundzahl)
- rangtelwoord (ger: Ordinalzahl)
- werkwoord (eng: verb)
- lidwoord (eng: article)
- bepaald lidwoord (eng: definite article)
- onbepaald lidwoord (eng: indefinite article)
- voornaamwoord (pronomen, eng: pronoun, fra: pronom, ger: Pronomen)
- aanwijzend voornaamwoord (demonstratief pronomen, ger: Demonstrativpronomen, fra: Pronom démonstratif)
- betrekkelijk voornaamwoord (relatief pronomen, ger: Relativpronomen, eng: relative pronoun)
- bezittelijk voornaamwoord (possessief pronomen, eng: possessive adjective, eng: possessive determiner, eng: possessive article, fra: adjectif possessif)
- onbepaald voornaamwoord (indefiniet pronomen, eng: indefinite pronoun, ger: Indefinitpronomen, fra: pronom indéfini)
- persoonlijk voornaamwoord (pronomen personale, eng: personal pronoun, ger: Personalpronomen)
- uitroepend voornaamwoord (exclamatief pronomen)
- vragend voornaamwoord (interrogatief pronomen, eng: interrogative pronoun, ger: Interrogativpronomen, ger: fragendes Fürwort)
- wederkerend voornaamwoord (reflexief pronomen, eng: reflexive pronoun, ger: Reflexivpronomen, ger: rückbezügliches Fürwort)
- wederkerig voornaamwoord (reciproque pronomen, eng: reciprocal pronoun, fra: pronom réciproque)
- bijwoord (adverbium, fra: adverbe, ger: Adverb, eng: adverb)
- adpositie (eng: adposition)
- voorzetsel (prepositie, eng: preposition, fra: preposition, ger: Präposition)
- eng: postposition
- eng: circumposition
- voegwoord (conjunctie, eng: conjunction, fra: conjonction de coordination, nor: konjunksjon, ger: Konjunktion)
- tussenwerpsel (interjectie, ger: Interjektion, fra: interjection, eng: interjection, dan: udråbsord)

